U gaat er misschien vanuit dat het u nooit zal raken. Toch voert de BSA ieder jaar vele controles uit bij bedrijven. En in veel gevallen komt daarbij een grote mate van softwarepiraterij naar voren. Hier leest u wat anderen overkwam. Leer ervan.
“We hadden al wel eens gehoord van de BSA. Maar dat ze echt zo actief waren in België? Blijkbaar heeft een ex-werknemer ons gemeld bij de BSA, want niemand wist verder dat wij verschillende kopieën van beeldbewerkingsprogramma’s in ons bezit hadden. Nu weet iedereen het. Inclusief onze klanten en leveranciers. Dat het zover had kunnen komen hadden we nooit gedacht. Buiten dat we financieel een klap hebben gekregen, moeten we nu ook nog eens onze reputatieschade zien te compenseren.”
“Ik dacht dat alle licenties voor onze software in orde waren. We zijn twee jaar geleden gefuseerd met een ander bedrijf. Mijn voorganger heeft blijkbaar nooit een prioriteit gemaakt van het managen van softwarelicenties, want vrij snel na zijn vertrek werden we geconfronteerd met een inval door de BSA. Een van mijn hoofdtaken is daardoor nu het managen van de softwarelicenties geworden. Dit gebeurt ons niet meer.”
“Nog steeds hebben we te maken met de gevolgen van de BSA inval. Niet zozeer financieel, want we zijn een gezond bedrijf. Maar we merken dat ons cliënteel terughoudender is geworden met nieuwe orders. Het vervelendste is nog dat ik dacht dat alles in orde was. Maar blijkbaar door het grote aantal softwarepakketten waarmee we werken, heeft de IT-afdeling onze groei van de afgelopen jaren slecht kunnen bijbenen. Nu moeten we ervoor waken dat onze groei niet stagneert door de schade aan onze reputatie.”
“We hadden voor enkele licenties wel betaald, alleen niet voor allemaal. Dit wisten onze werknemers ook en daar heeft nog nooit iemand moeilijk over gedaan. Maar een tijdelijke werkkracht heeft ons gemeld bij jullie organisatie. Ik hoop dat deze persoon weet wat hij gedaan heeft. Mede door de slechte economie betekenen de schadevergoedingen die we aan de BSA hebben moeten betalen zeer waarschijnlijk de doodsteek voor ons bureau.”